Hoewel de Genesis 200 EQ veel sterke punten heeft, zijn er ook duidelijke beperkingen en aandachtspunten. Allereerst staat de telescoop als visueel instrument sterk, maar is hij niet bedoeld voor astrofotografie zonder aanvullende motorisering en accessoires. De EQ-4 montering wordt handmatig geleverd; voor lange-exposure fotografie zal men een gemotoriseerde en gecentreerde aandrijfeenheid, mogelijk een zwaardere montering of autoguider, nodig hebben. Dat maakt de set minder geschikt voor gebruikers die willen starten met diepe-sky fotografie.
De optiek heeft met f/3,9 een snelle verhouding, wat praktische consequenties heeft: de lichtsterkte en het brede gezichtsveld komen met gevoeligheid voor optische aberraties zoals coma. Zonder coma-corrector zullen sterren tegen de rand van het beeld vervormd lijken, vooral bij grotere oculairs of beeldveldprojecties. Verder vereist een Newton-tube op deze snelheid regelmatige en nauwkeurige collimatie; gebruikers die weinig ervaring hebben met het uitlijnen van spiegels moeten tijd investeren om scherpte en prestaties te optimaliseren.
Tot slot kan de praktische maximale nuttige vergroting theoretisch tot 400× reiken, maar in de meeste waarneemsessies wordt dit door atmosfeer (seeing) en de handmatige montuurbeperkingen in de praktijk veel lager. Kortom: sterke visuele prestaties, maar met realistische verwachtingen en bereidheid tot extra onderhoud en eventueel bijkoop van accessoires.