Hoewel de NT-203 veel sterke kanten heeft, zijn er ook duidelijke beperkingen en aandachtspunten. Ten eerste maakt de snelle F/5 verhouding de telescoop gevoeliger voor coma: sterren aan de rand van het beeldveld kunnen uitgerekt en vervormd lijken, wat vooral zichtbaar wordt bij gebruik van grote, snelle camera's zonder coma-corrector. Voor serieuze wide-field astrofotografie is een coma-corrector of veldflattener praktisch noodzakelijk om goede randhelderheid en puntvormige sterren over het hele beeld te behouden.
Een ander nadeel is de vergrootbaarheid en afhankelijkheid van seeing. Hoewel de theoretische maximale nuttige vergroting rond 406x ligt, is dit in praktijk zelden bruikbaar; atmosfeer en kolomseeing beperken realistisch tot 200–250x, en detail op planeten is vaak beter bij lagere, stabiele vergrotingen. De Newton-buis vereist ook regelmatige collimatie: bij transport en temperatuurverschil kan uitlijnfouten optreden, en precieze collimatie is essentieel voor optimaal prestaties, wat beginnende gebruikers kan frustreren.
Ten slotte is de optische buis en montuurcombinatie niet lichtgewicht: hoewel transportabel, vergt hij enige fysieke inspanning bij opbouw en balans, zeker als je accessoires zoals camera’s of zware oculairs gebruikt. Zonder optionele motorkit is handmatige veldtracking op langere sessies vermoeiend en minder geschikt voor lange-exposure astrofotografie. Deze punten betekenen niet dat de telescoop slecht is, maar ze vragen wel extra uitgaven en kennis om het maximale eruit te halen.